Die woorden klinken intussen pedant en aanmatigend. Natuurlijk heb ik het moeilijk. Heel moeilijk zelfs. Ik zie constant dingen botsen en vallen. Ik denk aan Braziliaanse keldergaten en erger. De tranen springen spontaan in mijn ogen als ik eraan denk hoe ver hij zal zitten en hoe vreemd zijn afwezigheid gaat zijn.
Ik wil niet dat hij vertrekt. En misschien houdt dat in dat ik niet wil dat hij 'groot' wordt. Misschien wil ik alleen maar dat hij weer tien is, of neen, vijf, een kleuter die vrolijk aan mijn hand loopt en mij de allerbeste vindt.
Natuurlijk ben ik trots dat Wannes mijn zoon is. Ik loop over van trots als ik mensen hoor zeggen hoe goed hij het doet. 'The Leader of the Gang' noemt Suzy - de bazin van zijn stamcafé - hem. 'Als Wannes beslist dat iedereen naar de Cross moet komen, komen ze,' vertelt ze. Zij zou hem ook missen. 'Niet de gemakkelijkste maar wel interessant en plezierig om in je klas te hebben.' Dat kwam van één van zijn leerkrachten.
'Een geweldige gast.' Vrienden, familie.
En ik geef toe: Wannes staat er. Als een huis. Hij gaat het geweldig doen in Brazilië en ze gaan er - net als hier - dol op hem zijn. Met de wereld zoals hij nu is, geven we hem hiermee een pak kansen voor later.
Dat weet ik. En toch ga ik hem met heel mijn hart en elke seconde missen.
| Behoorlijk trots op mijn cakejes met de Braziliaanse vlag! |

