Motto to live by

Life should not be a journey to the grave with the intention of arriving safely
in an attractive and well-preserved body,
but rather to skid in sideways, chocolate in one hand, martini in the other, body thoroughly used up,
totally worn out and screaming: 'Woo hoo! What a ride!'
(Hunter S.Thomson - met dank aan Nathalie)

vrijdag 24 augustus 2012

De keuze is overweldigend!

'Huh? Waarom hebben ze geen melk met 3% vetgehalte? Dit kan toch niet! Ik denk dat we deze supermarkt echt een klachtenbrief moeten schrijven. Zo weinig keuze, dat kan toch niet!'
In het land van oom Sam is er plenty, plenty, plenty (nvdr - sorry, maar na twee weken begin je echt zo te praten). De supermarkten zijn Groot en Vol. Overvol en met veel te veel keuze. Niet één soort Oreokoekjes, zelfs niet twee of drie soorten, maar minstens vijftien. En dan ben je nog niet in de diepvriezer gaan kijken.
Melk komt in 'bidonnen' van 4 liter (a gallon).
Fruitsap in flessen van minstens 2 liter.
Met een 'familiepak' ontbijtgranen voed je een Belgische straat met véél kinderen.
Voor elke letter van het alfabet is er een merk pindakaas.
Je kunt kiezen of je pancakes 'from scratch' maakt of met een poedertje of uit de diepvriezer. En voor echte liefhebbers zijn er worstjes met een pancake errond op een stokje.

Het enige wat tegenvalt is de kaas. Die ziet er altijd hetzelfde uit - een rechthoekig blokje verpakt in strak plastic (ja, zélfs in een exclusieve kaaswinkel) - en hij smaakt ook altijd hetzelfde: naar niets.

Als je houdt van verse producten - fruit, vlees, brood - betaal je overigens véél geld. Ik had eigenlijk nooit echt boodschappen gedaan in een Amerikaanse supermarkt - of toch geen boodschappen die ik zelf moest betalen - maar nu dat wel het geval is, schrik ik van de prijzen. 2,99 $ voor een halve kilo uien. 4,99 $ voor een brood. 4,5 $ voor een halve kilo perziken. Kwaliteit kost geld hier - nog meer dan bij ons.
Maar het voelt wel goed om zelf te kunnen koken want elke dag op restaurant gaan is een aanslag op je hele lichaam. De porties zijn overweldigend groot, de groenten zijn overweldigend afwezig, de keuze is overweldigend maar smaakt altijd hetzelfde. We voelen ons hier allemaal overweldigend dik. Onbegrijpelijk hoe mensen hier hun lijn kunnen houden.
Uiteraard zijn er ook prima restaurants. We aten bij Massimo in Portsmouth - excellent! - en gaan vanavond eten bij 67 Pleasant Street, eentje waar iedereen lyrisch over doet en hier vlak om de hoek ligt.

Ik spring intussen nog even in het meer. Misschien lukt het me om er toch een paar grammetjes af te zwemmen...

zondag 19 augustus 2012

En waarom verliezen ze altijd ONZE bagage?

'Dit kan niet waar zijn!'
We staren met vier naar de bagageband die al een tijd rondjes draait. Eén tas hebben we er af gehaald, de twee koffers zijn er niet. Flo begint te huilen, Patrick en ik worden boos, Wannes loopt rondjes rond de band.
Newark Airport. We komen uit Oslo en hebben daar de nacht doorgebracht in een motel vlakbij de luchthaven. Beide vluchten zijn goed verlopen, maar nu is de bagage er dus niet. Weer niet. Net als de vorige keer in Chicago en toen kregen we ze pas terug op 12 september. Het ziet er dus niet goed uit. Deze keer dachten we nochtans slim te zijn door onze bagage netjes te verdelen over de koffers. 5 onderbroeken hier, 5 daar. Een bikini hier, een badpak daar. Maar het mag weer niet zijn! Alleen de tas met schoenen en boeken is gearriveerd, net als de vorige keer.
Na meer dan een uur aanschuiven bij de SAS-balie vertellen ze ons dat de twee koffers nog in Oslo staan. We kunnen het niet geloven! In Oslo hadden we minstens vijftien keer gevraagd of onze koffers zeker op het vliegtuig stonden en ze hadden ons verzekerd dat we ons geen zorgen moesten maken. Drie koffers waren ingecheckt - drie koffers zouden aankomen. Niet dus. We vermoeden dat we op een lijst staan: 'The Vincents are coming. Let's make sure their luggage gets lost, guys.'

We halen de vooraf gereserveerde auto op bij Dollar waar een rasta die duidelijk te veel aan de ganja gezeten heeft ons doodleuk vertelt dat geen van onze kredietkaarten het doet. We moeten cash geld afhalen. De man kijkt ons geen enkele keer recht aan en lijkt zelf ook niet goed te weten waar hij mee bezig is. Pas achteraf merken we dat het bedrag al betaald is met mijn kredietkaart en dat hij ons veel te veel heeft aangerekend. Zucht.
Op de snelweg is het duidelijk dat onze airco het niet doet. Ik ben principieel tegen airco, tot ik in de VS ben. Het is bloedheet in de wagen en we zweten ons te pletter.
New Haven. Halte 1 is een grote supermarkt waar ze kleding verkopen. Een short. T-shirts. Ondergoed. 'Houd het bonnetje goed bij want ik wil dat we dit terugbetaald krijgen'.
Dinner bij Longhorn Steak House. ENORME porties vlees. En ijskoud in het restaurant. We zijn vergeten hoe het was: binnen koud, buiten heet.
De volgende dag bezoeken we Yale onder begeleiding van een enthousiaste gids. En in de namiddag rijden we naar Mattapoisett. Naar Claudette. Die onze kleren wast en enorme kreeften voor ons kookt en zegt dat het oké is om in ons ondergoed te zwemmen in de oceaan en een prachtig huis heeft dat we helemaal voor onszelf hebben want zij slapen in het kleinere huis aan de achterkant. Zo veel vriendelijkheid van iemand die ik meer dan zesentwintig jaar niet gezien heb doet ons even de bagage vergeten maar toch worden we met de minuut zenuwachtiger want SAS blijft onbereikbaar...
De wagen hebben we in Providence omgeruild voor een lachwekkend grote Ford Crown Victoria die Claudette meteen 'the boat' doopt. Hij zuipt benzine maar de airco doet het wel.
Van Mattapoisett naar Boston - nog altijd een heerlijke stad, de beste van de VS vind ik - waar we 's avonds door Meghan en Erin en hun jonge kinderen getrakteerd worden op Mexicaans in Quincy Markets.
Kers op de taart: de koffers staan in het hotel in Boston als we er 's avonds terugkeren. Nu kan de vakantie niet meer stuk.
In Portsmouth gaan we walviskijken. We zien gigantische 'finwhales', een tiental 'Minky whales', een enorme 'basking shark' die rond de boot blijft cirkelen, tientallen 'Atlantic whitesided dolphins' en een 'humpback whale' die naar de naam Christel luistert maar wel een mannetje is. Vijf uur in een bootje vér op de oceaan. Woaaaaah.
En nu Norway, Maine. Vlakbij Berlin, Denmark en Paris.
Een huis bij een 'pond' - vrij vertaald 'een zeer uit de kluiten gewassen vijver' met het helderste water ooit - met daarrond bergen vol bossen, een eigen steigertje met een boot, een grote tuin, een oud maar leuk huis waarin ieder een eigen kamer heeft, Capt'n Crunchberries als ontbijt en een gallon melk in een plastic fles in de veel te grote koelkast, een enorm pak Oreo's, slappe koffie, chips in rare smaken, een wasmachine die je vanboven moet vullen, American football op tv... en zo kan ik nog wel even verder gaan.
Heerlijk. Vakantie. Heerlijk in de tweede graad!
En nu nog een eland zien...

maandag 30 juli 2012

Hij weet het niet

'En? Weet hij het nu al?'
Het moet de vraag zijn die ons het vaakst gesteld werd de voorbije weken en het antwoord is nog altijd: 'Neen. Hij heeft geen idee.'
Ooit wist hij het wel. Hij zou Frank Raes vervangen als die met pensioen ging. 'De nieuwe Filip Joos worden' - al had hij geen flauw idee wat hij daarvoor moest studeren. Een jaar Brazilië bracht niet meer duidelijkheid, integendeel! Intussen weet hij het absoluut niet meer. Internationale betrekkingen? Media? Iets anders? Maar wat?

Talen zijn saai en rechten nog saaier. Voor wetenschappen of wiskunde heeft hij geen hoofd. Pol en soc is voor watjes (zijn woorden). Vertaler-tolk - neen want hij wil naar de universiteit. Communicatie dan - als keuze omdat alle andere afvallen. Daar hebben Patrick en ik het moeilijk mee wegens te algemeen en te weinig diepgaand (we zijn ervaringsdeskundigen). Geschiedenis is dan toch een betere keuze? Maar dat vindt Wannes dan weer booooring.

Hij weet het dus niet.
Een vriend van Patrick vertelde hem onlangs over zijn jaren als reisbegeleider bij TUI. Vriend spreekt vlot een taal of tien en heeft de tijd van zijn leven gehad toen. Elk jaar een ander buitenland. En veel verdiend bovendien. Intussen is het vet ook wat van die soep, maar toch... De vriend studeerde vertaler-tolk.
Joos is blijkbaar ook vertaler-tolk van opleiding en spreekt naar verluidt vlekkeloos Italiaans. Wannes spreekt vlekkeloos Portugees...

Hij weet het niet en wij ook niet.
Vandaag gaat hij wandelen met zijn vader.

maandag 23 juli 2012

R.I.P. Elvis

Elvis is niet meer. Hij is vanochtend rond halftwaalf ingeslapen.

Zoals ik eerder zei was Elvis een bijzondere kat. Hij was dertien jaar onze vriend - maar wel op zijn voorwaarden.
  • Hij liet zich niet oppakken. En als je hem dan vast had, kreeg je geheid een paar krabben.
  • Hij liet zich niet gemakkelijk aaien. Alleen soms. Als hij er zin in had.
  • Hij lag graag achter de sofa onder de verwarming.
  • Hij kwam bij je liggen als je op het tapijt in de living lag. We vermoeden dat hij daarmee wou zeggen dat die mat zijn territorium was en dat hij je alleen maar duldde.
  • Hij had een hekel aan nieuwe soorten kattenzand en weigerde op zijn bak te gaan als er iets anders dan 'zijn merk' in zat.
  • Hij was doodsbang van de stofzuiger.
  • Hij kreeg het kattenluik ook open als je het 'op slot' had gedaan.
  • Hij at nooit iets uit je hand. Als je hem iets aanbood, legde hij het op de grond en at het dan pas op.
  • Hij liep 's ochtends tussen je benen door tot je hem eten gaf. En soms 's avonds ook.
  • Hij was het grappigst als hij op het tuinhuis van Wim en Stefaan zat. Je zag dan alleen zijn oren boven het dak uitsteken en als je zijn naam zei, kwam hij even over de rand kijken.
  • Hij vond de nieuwe sofa geweldig omdat die brede leuningen had waarop hij lekker kon luieren. Met één poot die over de rand hing.
Elvis.
Visje.
Elvenrijn (sorry, dat was er één van mij).
Eigenwijze kater.

We gaan je missen, maat.

zaterdag 21 juli 2012

Elvis

Elvis was vijf maanden oud toen hij bij ons kwam. Een havenkat. We haalden hem op bij een vrouw wiens adres ik op internet vond en toen ik in haar asiel stond had ik meteen spijt. Het was een raar mens, die vrouw en ik wou dat ik 'neen' kon zeggen - maar ik kon het niet. Ik vind mezelf namelijk goedhartig en dan neem je een katje mee.

Als ik zeg dat Elvis 'geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken', overdrijf ik niet. Met een kind van zeven en een van twee in huis, was Elvis gewoon levensgevaarlijk. Hij moest vijf weken binnen blijven zodat hij onze geur en die van ons huis gewoon was vooraleer hij de buurt ging verkennen. Hij vloog in gordijnen, zat boven op kasten, liep recht tegen de muren op en krabde en beet alles wat in de buurt kwam - bij voorkeur ons. Toen hij uiteindelijk buiten mocht, bleef hij meteen twee dagen weg, maar net toen ik dacht 'dat was het dan', stond hij er terug.

In de jaren die volgden, werd Elvis gewoon 'onze kat'. Sympathiek was hij niet. Als je hem oppakte, deed hij er alles aan om zo snel mogelijk te ontsnappen. Elvis vastpakken was iets voor durvers - je deed het niet echt voor je plezier. Er was een tijd dat hij elke dag een duif ving en ze mee naar huis bracht. We vroegen ons af hoe hij ze door het kattenluik kreeg, want meestal lag het beest in het midden van de keuken, ontdaan van ingewanden en met de maïskorrels nog naast de geknakte nek. Af en toe stak de duif bijna in mijn tas, alsof Elvis een soort lunchbox voor mij had klaargemaakt. Ik veronderstel dat het zijn vreemde manier was om me te laten voelen dat hij me aanvaardde. Hem uitleggen dat ik dit écht niet prettig vond, hielp niet. Zo was Elvis en we moesten er maar mee leren leven.

De dode vogels waren niet mijn ding, maar de levende muizen nog veel minder, vooral omdat ze altijd wel ergens een gaatje vonden om achter een keukenkast te kruipen. Eerst gilde ik het huis bij elkaar om daarna vloekend met muizenvallen en choco in de weer te gaan. Soms kreeg Elvis het beest toch nog te pakken en dan verstopte hij het helemaal in zijn bek. Hij keek er zeer onschuldig bij, alsof we het staartje dat uit zijn bek bungelde niet zagen. Als het beest teveel bewoog, spuwde hij het uit - een kletsnatte en gedesoriënteerde muis - en een kat die zijn vreugde niet op kon.

Op een keer in de lente verdween Elvis en bleef hij lang, lang weg. Een paar weken als ik het me goed herinner. We staken briefjes in de brievenbussen, hingen een affiche voor het raam, maar kregen geen reactie. En dan op een warme nacht stond hij er plots weer. Mager en hevig miauwend, maar verder helemaal gezond. We vonden Elvis nog altijd niet sympathiek, maar hij was wel onze kat en we waren blij om hem terug te zien.

De laatste jaren daalde zijn stamina zienderogen. Hij zat bijna nooit meer op het dak van onze buren en liet de vogels uit zijn bakje eten in plaats van ze te vangen. Zo kwam het dat een stel merels - Manu en Ann - zo vertrouwd was met ons terras, dat ze dagelijks rond etenstijd even langskwamen voor kattenbrokken. Elvis zat onder de blauwe regen en deed een vogeltje na. 'Piep! Piep! Piep!' We hebben nooit geweten of het protest was of aanmoediging.

Drie dagen geleden is er plots iets gebeurd met Elvis. Hij begon te schokken en met zijn hoofd tegen de muur te slaan. Nadien zat hij minutenlang wezenloos voor zich uit te staren. De dierenarts vertelde ons dat hij waarschijnlijk een epilepsieaanval had gehad en dat we hem medicijnen moesten geven. De dag erna kreeg hij weer een aanval, erger deze keer.
Intussen is het echt niet goed met Elvis. Hij laat zich optillen en we kunnen met hem rondwandelen als met een babytje. Hij laat zich in een mandje leggen - stel je voor! En hij wandelt - aan hetzelfde gestage, trage tempo langs de muren. Opnieuw en opnieuw volgens hetzelfde parcours. Ik vermoed   dat hij blind is. Daarstraks wandelde hij gewoon over Flo toen ze op de grond lag. Hij zit constant bij ons en zijn oren gaan alle richtingen uit maar hij draait zijn kopje niet meer naar de geluiden toe. Hij is bang. Dat voelen we.

Plots is Elvis de kat die we altijd wilden - aaibaar en pakbaar - en toch vinden we dat niet prettig. Hij is niet meer 'onze Elvis'.

Maandag gaan we naar de dierenarts.

dinsdag 17 juli 2012

Good ole' times!

'Zou je het nog een keer doen?'
Het is een vraag die we tegenwoordig regelmatig krijgen. Van familie, maar vooral van vrienden. De ene omdat ze ons het voorbije jaar bij momenten zagen worstelen en nog altijd een beetje bezorgd zijn. De andere die benieuwd zijn naar de ervaring en misschien zelf ooit een student in huis willen nemen.
Het antwoord luidt: 'Dat weten we nog niet.'
Patrick zou liever gewoon 'neen' zeggen. Ik houd het antwoord nog wat in het midden. Misschien. Op dit moment ligt het nog te kortbij. Valentina zou het bovendien vreselijk vinden als we meteen al een nieuwe student in huis namen. En ik ga niet ontkennen dat het fysiek en mentaal toch wel wat van ons gevraagd heeft.
We hebben Valentina een mooi jaar gegeven, daar zijn we zeker van. Onderweg zijn we onszelf meerdere keren tegengekomen en dat was niet altijd gemakkelijk. Als gezin en als mens hebben we er allemaal van geleerd. De balans is dus positief en dat hadden wij in september zelfs niet durven hopen.

Dan is er die andere kant. Wannes die net terug is uit Brazilië. 'Weet hij al wat hij gaat studeren?' en 'Hij zal dat geweldige Braziliaanse leven wel missen hier in die regen met al die zuurpruimen.'
Het antwoord is in beide gevallen 'neen' - met een nuancering voor de tweede vraag. Hij mist Brazilië natuurlijk - maar Wannes is iemand die overal gelukkig kan zijn. Hij heeft een onfeilbaar vermogen om met een glimlach door het leven te gaan en dat is waarschijnlijk zijn beste eigenschap. Dat studeren komt nog wel...

Het voorbije jaar gaf me tenslotte de kans om een keer terug te blikken op lang geleden. Dertig jaar om precies te zijn. Toen was ik zelf AFS-student in Harrisburg, Pennsylvania. Three Mile Island zegt de jongere generatie misschien niets, maar het is de kerncentrale waarop de film 'The China Syndrome' is gebaseerd. En ik woonde daar. Op de plek waar het jaar daarvoor zich een bijna-meltdown had voorgedaan.
Harrisburg was niets bijzonders. Het was een kleine stad - de hoofdstad van Pennsylvania weliswaar! - en ik woonde eerst bij een sigaarrokende Jood en daarna bij een tandentrekkende Syriër. Mijn moeders waren enerzijds zeer Amerikaans - anderzijds Fins. Bij het eerste gezin liep het fout. Goed Fout, denk ik, want voor zo ver ik me herinner, werd ik op een avond rond kerst met mijn koffer aan de deur gezet. Reddende engel Rae - een AFS-vrijwilligster - pikte me op en bracht me naar Victor en Maja. Ik mocht er blijven.
Mijn Amerikaanse familie is nooit écht-écht familie geworden. Ik was meer een gast in hun huis. Maar ik had vrienden. Veel vrienden.
Eerst en vooral was er Ulrika uit Zweden. Wij vonden onszelf heel wat met ons 'Europese brein'. We maakten er zelfs nog een liedje over waarvan ik onlangs de tekst terug zag. Ronduit beschamend, zeg ik nu. Het is een wonder dat iémand ons kon uitstaan. Het hielp natuurlijk dat Ulrika bloedmooi was.
En dan waren er de Amerikaanse vrienden. JP, Holly, Tracy, Nan, Pete... en nog veel, veel meer. Ik probeerde over de jaren contact met hen te houden, maar dat liep niet altijd even goed. Er was geen internet in mijn tijd - er was potdorie geeneens een computer! Wij schreven alles netjes met de hand, stopten dat in een envelop, kleefden er een postzegel op en staken het in een postbus.
Mail en Facebook hebben de vrienden weer wat dichterbij gebracht.

Toen we beslisten om dit jaar naar de oostkust van Amerika te gaan, liet ik dat meteen aan mijn vrienden weten. Die vrienden van dertig jaar geleden dus. En kijk - voor ik het wist hadden we gratis slaapplaatsen tussen New York en Maine en probeerden alle vrienden een datum af te spreken waarop we elkaar zouden zien in Harrisburg. Sommigen moeten van ver komen - meer dan drie uur rijden - maar toch doen ze het. We hebben op 14 augustus afgesproken in de Mount Hill Tavern in Harrisburg. Ik trakteer daarna op ijsjes aan de overkant van de straat.

Dàt is voor mij de essentie van AFS. Dat mijn vrienden nog altijd moeite willen doen om mij te zien. 'Eh, what's a quarter century among friends?' schreef één van hen in de serie mails die nu vlot heen en weer gaan. Niks, denk ik dan. Ik zie me nog staan in mijn afschuwelijke blauwe japon met JP op de prom. Dat ik hem later op de avond dumpte, heeft hij me al lang vergeven. Of de scène met Nan in het appartement aan zee waarbij we allemaal toch een beetje veel te veel gedronken hadden. Of die namiddag American football in een of ander park waarbij ik alle jongens tackelde.
Ulrika was met haar man op ons twintigjarig jubilee en dat was voor mij een cadeau. Ik zie straks mijn maties terug en ik denk dat zij er net zo hard naar uitkijken als ikzelf.

zondag 15 juli 2012

Back to normal

Langzaam maar zeker keert de rust terug in huize Vincent-Smeesters. Na een week met drie pubers, liep het hier vorige week plots helemaal leeg. Valentina terug naar Chili, Flo naar Catalonië, Wannes op kamp met de kabouters. En miste ik de drukte? Bijlange niet! Het was heerlijk rustig! Precies wat ik nodig had.

Valentina zit dus weer in haar Heimat. Vandaag zag ik een foto op Facebook met de ontvangst door haar volledige familie.  Ik begreep meteen waarom ze vaak een beetje meewarig deed over wat wij 'familie' noemden. Bij haar bestaat het uit een publiek waar sommige theaterzalen jaloers op zouden zijn.
Ze had het nog moeilijk de laatste dagen. Aan inpakken wou ze niet beginnen want dat zou betekenen dat haar jaar in België voorbij zou zijn. Gevolg: de dag voor ze vertrok, sleurde ik haar zo'n beetje naar haar slaapkamer en begonnen we samen spullen in haar koffer te leggen. Of beter: ik haalde haar kleerkast voorzichtig leeg, Valentina keilde de dingen op de grond en ik vouwde ze weer op om in de koffer te stoppen. Ze nam een ontzettend zware lading papier mee en eindigde met twee koffers van 23 kilogram in plaats van één. Dat werd dus bijbetalen. Omdat het goedkoper was om dat van tevoren te doen, ging ik aan de slag met de website van Air France. Daarvoor had ik een ticketnummer nodig. AFS bellen. Niet binnen geraken op de website van Air France. Opnieuw bellen. Betalen. Ik zal nooit een goede Latina worden.

Op zaterdag moest ze in Brussel Zuid zijn - het station - waar ze de trein naar Parijs namen en van daar het vliegtuig naar Santiago. Twee koffers, een zware tas met handbagage en een rugzakje...
Vriendje Alejandro kwam nog langs om dag te zeggen, maar Valentina was te nerveus om er van te genieten. De jongen kreeg vooral onder zijn voeten. Ocharme.
En dan stond de trein daar. Veel tranen, veel knuffels en ze was weg. Met de trein was dat helemaal vreemd. Op minder dan vierentwintig uur zat onze dochter-voor-een-jaar aan het andere einde van de wereld.
Toen we thuiskwamen ging ik naar haar kamer - die nu weer de kamer van Flo zou worden - en keek rond. Het was een absolute puinhoop. Er lagen minstens nog eens 23 kilogram spullen en kleren verspreid op de grond.

Intussen is de kamer opgeruimd. Overmorgen trekt Flo er weer in - maar ze wil ze herinrichten. Zoals te verwachten. Flo houdt van wat verandering op tijd en stond.

Wannes is thuis sinds donderdag. Hij is weer helemaal zijn oude zelf en het is een zelf waarop ik niet kwaad kan zijn. Hij is zo onwaarschijnlijk positief en zo goed als nooit slechtgezind. Zou dat een eigenschap zijn of kun je dat leren? Het moet geweldig zijn om zo door het leven te gaan.
Wat hij gaat studeren weet hij nog niet. Daar zijn de opa, de grootva, de nonkels, onze vrienden en wijzelf bezorgder over dan hij. 'Het komt wel in orde', zegt hij dan lachend. Dat is zijn levenshouding van toen hij klein was en hij volgt ze nog steeds. Ik zal dus nooit een goede Latina worden.

Straks zijn Flo en Wannes weer samen thuis en is het evenwicht helemaal hersteld. En dan drie weken vakantie!