Motto to live by

Life should not be a journey to the grave with the intention of arriving safely
in an attractive and well-preserved body,
but rather to skid in sideways, chocolate in one hand, martini in the other, body thoroughly used up,
totally worn out and screaming: 'Woo hoo! What a ride!'
(Hunter S.Thomson - met dank aan Nathalie)

woensdag 24 april 2013

Over datum

Een houdbaarheidsdatum.
Ik heb er zelf nooit zo mee gezeten als de yoghurt een week - of zelfs twee - over tijd was. Die at je toch gewoon op? Daar proefde je niks van. Ik nam het woord dus altijd met een dikke korrel zou. Bijkt ook niet in de Dikke van Dale te staan. Een verzinsel waarschijnlijk van marketeers om ervoor te zorgen dat we zo veel mogelijk weggooien en nieuw kopen.
Maar op een dag word je geconfronteerd met een heel andere houdbaarheidsdatum. Die van jezelf namelijk. Plots lopen mensen rond je zonder je nog echt te zien. Ze stellen je praktische vragen. Ze wapperen met hun handen en doen druk. Maar zodra jij je mond houdt en het praktische  van de baan is, kijkt er niemand nog. Er worden foto's genomen. Van iedereen. 'Oooooh! Wat ben jij mooi!' 'Oooooh! Wat een mooie jurk!' 'Ooooh! Wat gaan ze straks zeggen als ze je zo zien?'
En dan sta jij daar. Fotoloos. Beeldloos. Alleen maar goed voor praktische vragen. Zoals dat potje yoghurt dat nog goed is voor de grote honger maar dat eigenlijk alleen door de moeder des huizes nog wordt opgegeten. Zij weet wel dat die houdbaarheidsdatum niet veel betekent. Die yoghurt is niet slecht. Alleen gelooft niemand anders dat.

maandag 22 april 2013

Ik heb het wel gehad

Ik heb het wel gehad intussen.
De burgemeester van Boom wil een raadslid verbieden om een hoofddoek te dragen. Geen religieuze symbolen in mijn barak, moet hij gezegd hebben.

Vandaag is het een hoofddoek. Wat is het morgen?
Krijgen straks alle inwoners van zijn gemeente een folder in huis waarin duidelijk staat wat op elke dag van de week moet gegeten worden? Welke kleding kan doordeweeks en in het weekend? Welke sokken kunnen gedragen worden in combinatie met welk ondergoed en op welke dagen sandalen kunnen? Naar welke televisieprogramma's mag gekeken worden? En natuurlijk op welke manier je  bankstel staat?
Ik veronderstel dat 'een baard' dra ook een religieus symbool is. Eraf die handel!
Een krakende 'Godverdomme' laten horen kan niet meer in de gemeenteraad. Klinkt mij redelijk religieus in de oren, niet? Vanaf nu alleen nog maar het universele 'shit' en 'fuck' daar in Boom.
Kreten als 'godallemachtig!' of uitdrukkingen als 'dit zijn goddelijk lekkere toastjes, meneer de burgemeester' worden geschrapt op straffe van verbanning uit Boom (wat op zich misschien niet zo erg zou zijn).
Ik veronderstel dat 'huidskleur' straks ook een religieus symbool is. Dat er alleen nog plaats gaat zijn voor mensen die op maandag kip eten en op dinsdag pensen; die Schoon Vlaamsch praten met de juiste tongval; die Jeroen en Veerle en Piet heten - en misschien, bij wijze van uitzondering - eens Sonja; die zo kleurloos zijn en zo beperkt in hun denken dat het wel Vlamingen moéten zijn.

Dit is al lang geen debat over hoofddoeken meer.
Dit is een debat over krampachtig vasthouden aan iets dat al lang niet meer bestaat.
Het Vlaanderen waarin we allemaal op elkaar lijken, is niet meer. Het is er trouwens nooit geweest.

Daarom heb ik twee voorstellen:
1. Ben jij net als die 'intellectueel uit de hogere klasse' die geen enkele 'gekleurde' vriend heeft? Doe er dan iets aan. Er lopen genoeg gekleurde, andersdenkende, andersgelovige - op welke manier dan ook ANDERE - mensen rond.
2. Ben jij politica? Spreek af met de andere vrouwen in de gemeente- of andere raad en draag één keer een hoofddoek. Uit protest. Zoals de intellectuelen voor de Tweede Wereldoorlog ook een Jodenster opspeldden (met dank aan Belle van Bellefontaine om me daarop te wijzen). Je hoeft het niet eens te zijn met de religieuze ideeën die aan de hoofddoek verbonden zijn - maar je geeft wel aan dat je het niet eens bent met de behandeling van andere mensen. Je toont dat het hele wij-zij-denken tot een andere tijd behoort.

De realiteit is er.
Volgens de evolutietheorie is de soort die overleeft degene die zich aanpast aan de realiteit.




vrijdag 22 maart 2013

Waarom u de Bahamontes moet kopen

Ik herinner me nog de dag dat de 'pakkenmannen' binnenkwamen bij de TUM (nu Sanoma). We noemden hen zo omdat ze deftige pakken droegen - iets wat tot dan toe alleen de directie deed en hun pakken waren eerder 'morsig' dan 'deftig'.

De pakkenmannen kwam van de Vlerickschool en ze namen de boel in één twee drie over. Ze spraken een soort newspeak dat ik niet begreep. Zijn eerste vergadering had de nieuwe marketingdirecteur net zo goed in het Chinees kunnen geven want ik begreep niets van afkortingen als POS, USP, ADI en B2B. De man had er ongetwijfeld jaren over gedaan om zich het marketingwoordenboek eigen te maken, maar voor mij was het eerder lachwekkend dan interessant.
Al snel besefte ik dat het hen menens was. De oude directeurs met hun morsige pakken vertrokken. De nieuwe konden niet echt lachen als we een cartoon hertekenden met hen in de hoofdrol.

De tijden veranderden en ik ook. Ik besefte beetje bij beetje dat een bedrijfswagen en een gsm niet bepaald gelukkig maakten. Toen werd ik ontslagen.  De baas zei: 'Je marketingplan was zo goed geschreven dat ik het bijna geloofde.' Dat was wijsheid die ik begreep. Ik ging schrijven.

Mijn loon halveerde.

Ik schrijf het voor alle duidelijkheid nog een keer:
Mijn loon halveerde.
En er was geen bedrijfswagen of gsm meer.

Dat vind ik niet erg. Ik doe graag wat ik doe. Ik had er alleen veel eerder mee moeten beginnen.
Het deed me wel beseffen dat degene die iets maakt altijd lager staat dan degene die het verkoopt. Of toch bijna altijd. De marketeers hebben het voor het zeggen. Je krijgt een Disneyknuffel bij de krant omdat de krant dan beter verkoopt. De marketingmannen bepalen welke kleur de mayonaise moet hebben. De reclamemensen vertellen over 'het Solomoment' alsof zij die margarine uitgevonden hebben.
Intussen mag ik het allemaal terug lachwekkend vinden.

En dan komen er twee gasten met een idee. Jelle en Jonas - de namen alleen al smeken om een televisieprogramma. Ze zijn allebei boomlang. Ze spreken allebei met een geweldig accent (resp. Oost- en Westvlaams). Ze zijn jong - maar niet meer piep - en ze willen wat. Ze hebben een idee.
Met dat idee gaan ze naar hun vrienden. En die vrienden willen soms voor de helft van hun normale prijs meewerken, gewoon omdat het zo plezant is. Die vrienden, dat zijn stuk voor stuk stielmannen. De beste schrijvers. De beste fotografen. De beste lay-outers.
Ze vinden een uitgever die hen begrijpt. Die hen hun ding laat doen  omdat die uitgever (mijn allereerste baas trouwens) weet welke stielmannen ze in huis haalt

En kijk - dan krijg je zo'n Bahamontes. Prachtig blad. Mooi bedacht. Mooi geschreven. Mooi gefotografeerd. Mooi gelayout. Mooi uitgegeven. Mooi papier. En het ruikt ook nog lekker.

Bovendien werkte Patrick er aan mee als eindredacteur. Niet dat hij een enorme wielerfan is, maar hij vond het fantastisch om weer op een (kleine) redactie te zitten en op deze manier samen te werken.

Back to basics.
Maar de dag dat ze er een gratis Disneyknuffel bij geven, haak ik af.

www.bahamontes.be
https://www.facebook.com/bahamontesmagazine?fref=ts



maandag 11 maart 2013

Twee meisjes van vijftig

Ik leerde Ulrika Bengtsson in 1981 kennen. We waren allebei AFS-uitwisselingsstudenten in de buurt van Harrisburg.
Zij kwam uit Zweden. We waren, denk ik, de enige Europeanen in een bonte groep Latino's. Ulrika en ik vonden oprecht dat we veel intelligenter waren dan de anderen. We maakten er zelfs een liedje over. Niet zo lang geleden vonden we de tekst terug.
Ik ben nog altijd diep beschaamd.

Ulrika en ik werden vriendinnen. Ze was mijn steun en toeverlaat toen ik van gezin veranderde. Zij was degene aan wie ik vertelde hoe beu ik mijn gastgezin was. En toen hoorden we allebei de klik van een telefoon die ingelegd werd.
Iemand van het gezin had ons afgeluisterd.
Een uur later stond ik met mijn koffer aan de deur. Het sneeuwde.

Ulrika was de knappe van ons twee. Gewoon al het feit dat ze Zweedse was, maakte dat ze een voetje voor had bij de jongens. Maar ze was ook écht mooi. Daar moeten we niet flauw over doen.
Toen ze een dagje op mijn highschool doorbracht, vroegen een paar jongens me achteraf: 'Why didn't we get the pretty one?' Daar ben je een paar jaren niet goed van.

Ulrika en ik bleven vriendinnen. Over de tijd. Over de afstand.
Zij studeerde rechten. Ik ook een jaar.
Zij trouwde met Jan, ook rechten. Ik met Patrick, ook communicatie.
Zij kreeg Gabriel en ik een jaar eerder Wannes.
Zij kreeg Ludvig en ik een jaar eerder Flo.

Al snel na onze terugkeer naar ons thuisland leerden we elkaars ouders kennen. Ik vond Nils en Margareta geweldig. Het gevoel was wederzijds.
Ik hoorde dit weekend dat Margareta wou dat Ulrika haar dochter Hilde zou noemen. Gelukkig kreeg ze twee zonen.
Nils heeft Alzheimer nu. Dat doet zeer. Alsof hij familie is.
Ulrika stuurde bloemen toen mijn moeder stierf. Mijn vader is dol op haar.

We gingen naar elkaars bruiloft. De hare in een kasteel waarrond ijsschotsen dreven.
Ulrika's broer, Magnus, was mijn escort. Hij was in de marine geweest en het was de eerste keer dat ik begeleid werd door 'a man in a uniform'. En hoe! 
's Avonds speelde er een Big Band. Ik danste met iemand die de grote baas van EMI bleek te zijn. Patrick had hem minuten daarvoor gevraagd of hij ooit al van Roxette gehoord had.

Ulrika maakte carrière als jurist bij de Zweedse belastingen.
Intussen is ze iets belangrijks bij Deloitte.
Haar man is rechter.
Ze wonen in een mooie villa in Täby - het Brasschaat van Stockholm.
Ulrika vindt het belangrijk om in een 'goede' buurt te wonen.
Ze wil dat haar kinderen naar 'de beste' scholen gaan.
Ze gaat alleen in de 'betere buurten' van Stockholm winkelen.
Ze gaan op skivakantie met het vliegtuig.
Ze houden cocktailparties.
Ze hebben het allebei druk.
Ze hebben allebei stress.
De ene verwijt de andere dat hij/zij teveel werkt.
Hun leven is het onze niet.
Hun leven is zelfs dat van onze vrienden niet.

Ulrika praat over dingen waarvan ik niets begrijp, ook al spreekt ze perfect Engels.
Het is natuurlijk wel fijn dat ze denkt dat ik het begrijp.

Ulrika en ik zijn intussen meer dan dertig jaar vriendinnen. Soms hadden we tijd voor elkaar, soms minder. Ik schrijf haar. We proberen elkaar te zien. We telefoneren soms twee uur aan een stuk.

Dit weekend keek ik naar mijn dochter en Ulrika's zonen. Zij zijn ongeveer op de leeftijd waarop Ulrika en ik elkaar leerden kennen. Het was alsof er een ijzeren vuist om mijn hart sloot.
Ik vroeg me af waar al die jaren gebleven waren. Dat ene jaar waarin we elkaar leerden kennen was intens. Op het vervolg hadden we minder vat. We trouwden, we kregen kinderen, we maakten al dan niet carrière, we werden dikker, we kregen rimpels, we gingen een (lees)bril dragen, we hadden allebei kwaaltjes, we maakten ruzie met onze mannen en vertelden dat aan elkaar.
Voor we er erg in hadden, waren we meisjes van vijftig.

Met Ulrika lijkt het alsof er alleen maar sprongen gemaakt zijn. De dagen dat we elkaar zagen - dat waren de momenten waarop we misschien een beetje ouder werden. Ik zag het niet. Niet echt.

Ik vermoed dat we geen vriendinnen zouden zijn als ik een Zweedse was. Of zij een Belgische.
Onze werelden liggen mijlenver uit elkaar.
En toch liggen ze ook dichter bij elkaar dan bij welke andere vriendin ook.
Jag älskar dig, flikka.
En ik weet wel zeker dat jij mij graag ziet.
Wij. Twee meisjes van vijftig.

dinsdag 5 maart 2013

Stoefen over mijn kinderen

Ze gaan het niet plezant vinden dat ik dit bloggewijs publiek maak, maar ik heb redelijk fantastische kinderen. Ik ga dus nu even schaamteloos stoefen over hen. Als u daar niet tegen kan, stop dan met lezen.

Flo babysit. Vaak. Overal.
Ze geeft dansles aan kleine kindjes.
Ze danst zelf. Klassiek en modern.
Ze vertelde gisteren aan tafel: 'Ik heb nagedacht over wat ik ga studeren volgend jaar.'
Dan vertelt ze wat ze gaat doen en waarom ze het gaat doen.
Ik denk niet dat ik de zin 'ik heb nagedacht over' al gebruikte toen ik vijftien was.
Ze zoekt nu een job voor op zaterdagen.
Dat ze met haar vriendin een weekendje naar Parijs wil, daar heb ik het moeilijk mee. Ze is nog maar vijftien.

Wannes werkt.
Hij is een paar avonden per week garçon bij Bar Italia.
Hij organiseert feestjes. Liquid Drum & Bass. Het volgende heet Bass Circus - vrijdag 26 april in Hangar 27 in Edegem. Allen daarheen! Hij probeert ons de finesses van Liquid Drum & Bass uit te leggen, maar we snappen het niet echt. Misschien ligt het aan die 'liquid'? Als er een grote backstage is, moeten we eens komen kijken. Zegt Wannes.
Hij is scoutsleider van de jonggidsen. Elke zondag van 9 tot 12.
Hij doet het heel goed in zijn studies. Niks op aan te merken.
Hij vliegt straks naar Sao Paulo om er zijn familie en vrienden te bezoeken. En hij bekostigt dat zelf.

Voila. Dat is mijn kroost. Ik kon het efkes niet laten.
Het zijn koppigaards die alleen hun goesting doen en waar het af en toe serieus mee botst.
Maar boy oh boy, wat ben ik er trots op!

dinsdag 29 januari 2013

Eine kleine Nachtmusik

In je onderbewustzijn hoor je een sleutel in het slot draaien. Je trekt zonder je ogen te openen de wekker naar je toe en ziet door je wimpers dat het twintig voor vijf is.
'Eindelijk. Hij is thuis,' denk je.
De voordeur blijft langer open dan normaal en langzaam stellen je antennes zich scherp.
Doet hij ze op slot?
Is hij dronken?
Er klinkt belachelijk luid geschuifel voor dit uur van de nacht en je voelt hoe ergens in je voetregio de irritatie begint. Zenuwbenen. Je wriemelt. Je knijpt je ogen stijf dicht en probeert jezelf weer in slaap te dwingen. Je staat op en gaat plassen.

Beneden branden intussen de lichten. Veel lichten die door de dunne lap stof schijnen die nu bijna een jaar voor het gat in de deur hangt. Je maakt een mentale nota dat je het gat dringend moet dichten.

Je hoort keukenkasten opengaan. Een lade. Borden. De koelkast. De irritatie zit al voorbij je knieën als je beseft dat je straks door de regen moet voor vers brood.

Het bord wordt hardhandig op de tafel gezet. Je zintuigen zijn nu zo wakker dat ze registeren hoe de broodzak opengaat en hoe een pak kaas wordt opengesneden (lade open, schaar, lade dicht).
Eerst de keukendeur, dan het schuifje van de kelderdeur. Hij dendert de trap af. En weer terug op. Een fles Icetea, denk je, want er stond geen frisdrank meer in de koelkast. De irritatie is geruisloos naar boven geslopen en zit nu vlak onder je ribbenkast

Wat in een restaurant rustgevende geklingel van borden, messen, glazen genoemd wordt, klinkt op dit onmenselijk vroege uur als een orkest dat zich warm blaast. Je schouders spannen zich en het lukt je niet meer om de juiste slaaphouding te vinden.
Dan hoor je praten.
Telefoon?
Nu?
Op dit uur?

Ping!
De irritatie heeft de opperste regionen bereikt. Je laat je boos uit bed glijden en loopt op blote voeten de trap af.
In een oud - en vooral vaak gewassen en dus slobberig - roze T-shirt dat net onder je billen komt en waaronder je geen onderbroek draagt. En geen beha natuurlijk.

Dat laatste besef je pas wanneer je in de keuken staat - in de spotlights van drie, vier, neen vijf! lampen - en vier ogen je verwonderd aankijken. Vier. Je brein registreert het iets te laat. Je staat er  al minstens een halve seconde.
Je gooit je armen in de lucht - je denkt net te laat: 'niet te hoog! niet te hoog!' - en mompelt: 'Allez, Wannes, ik ben kapot!'

Je loopt terug naar boven en gaat in bed liggen.
Je vouwt je handen op je borst.
Je voeten hebben ijskoud van de tegels in de gang.
Je denkt aan het roze T-shirt waar een gat in zit. Je kunt er zo je vinger doorsteken.
Je beseft dat je vergat de make-up van je gezicht te halen zodat je er nu als een verlopen panda uitziet.
Je voelt aan je haren die achteraan vreemd plat liggen en een beetje omhoog steken aan één kant.
Je hoopt dat Franky heel dronken is. Of dat je zo snel weg was dat hij je niet zag. Of dat hij plots blind geworden is.

Tien minuten later hoor je ze de trap op stommelen.
Ze giechelen in de badkamer waarvan je weet dat de deur half open staat. Je hoopt dat Franky jouw tandenborstel niet gebruikt.
Meer gestommel op nog een trap. En nog een krakende trap in de slaapkamer. En dan nog een keer terug naar de badkamer. En weer terug.
Je hoort een enorme klap.
De deur van de andere slaapkamer gaat open.

'Godverdomme Wannes! Kun jij niet slapen als normale mensen? Onnozelaar!'

Flo draagt geen oude slaapkleren en geen make-up.
Gelukkig maar.

Het is intussen vijf voor zes en je staat op.

woensdag 16 januari 2013

Mijn straat 2

Mijn straat is wit vandaag. Met ook een beetje bruin en vooral veel glad. Met hakken is het lachen. Als ik 's nachts in bed lig, knijp ik mijn ogen een beetje vaster dicht als ik auto's om de hoek hoor komen. En als ze hard gaan soms mijn billen.
De stoep is grotendeels geveegd met hier en daar nog gladde stukken van de mensen die straks 'dag meneer, dag mevrouw, ik ben van de GAS' aan de deur krijgen. Of niet natuurlijk. De GAS komt hier niet zo vaak langs, in mijn straat. Dat weten die mensen ook wel.
Op vijf minuten ben ik in het Rivierenhof om er plaats te maken in mijn hoofd voor nieuwe letters en woorden en zinnen maar vandaag is er geen rust. Kinderen gillen en sleeën op rood en blauw en groen plastic en soms ook op hout. Hun moeders dachten 'laat ik dat skipak nog maar eens aantrekken want anders is het zo zonde voor één keer per jaar tijdens de skivakantie'. Er is een man met een rood espenblad op zijn hoofd waarop CANADA geborduurd staat en een oude Marokkaan met een djellaba en een roze muts met flosjkes aan zijn oren en een man met bijna net zo lange haren als Elise van het plein maar dan grijs en onder een muts. Hij rent en rent in zijn zwarte strakke broek en zijn gele fluojas en zijn haren vliegen achter hem aan. Rap! Een andere man rinkelt met zijn fietsbel. Ik moet uit de weg! Weg! Hij schuift meer dus ik ga weg.
De dakloze uit mijn straat zien we niet meer. Omdat ik een beetje bezorgd en heel nieuwsgierig ben, bel ik naar de opvangdienst. Hij slaapt daar. Maar om tien uur 's ochtends moet hij buiten. Zou hij soep krijgen? En thee? En een extra dekentje? En brood van Xavier en Veronique? Want dat kreeg hij hier wel, in mijn straat.